Cees Willemsen
Lage Markt 48
6511VL Nijmegen

Zaak: +31 248 443 0 99
Mobiel: +31 640 729 594

info@ceeswillemsen.nl

.

Laatste Nieuws: 21 april: Lezing over geschiedenis Brabantse psychiatrie in Halsteren


Welkom op de nieuwe website ceeswillemsen.nl

Archief

2014

In 2014 heb ik een korte geschiedenis geschreven van het Tilburgse bedrijf Klaruw: Weg-en Vloeronderhoud BV. Deze korte studie (1917-1975) is in eigen beheer uitgegeven. De bedoeling is dat ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan in 2017, wanneer het bedrijfsarchief helemaal op orde is, er met behulp van het nieuw gearchiveerde materiaal een volwaardige geschiedenis zal verschijnen tot op heden.

Naar aanleiding van het voltooide manuscript eind 2014 van Ondernemen zit in onze genen. Een kroniek van het ondernemersgeslacht Ouborg is besloten om voor een extended version te gaan, dit wil zeggen met een verbreding en verdieping van de Bredase context, inclusief de wederwaardigheden van de jongste, uiterst succesvolle Ouborggeneratie. Het boek zal medio eind 2015, begin 2016 verschijnen.

Aad Ouborg van de gelijknamige

heeft mij onlangs gevraagd om een korte geschiedenis te schrijven van het ondernemersgeslacht Ouborg-Vriens. Aad Ouborg publiceerde eerder een boek onder de titel Ondernemen is entertainen, wat mij voor de hier bedoelde geschiedenis inspireerde tot de werktitel Ondernemen zit in onze genen. In deze ondernemerskroniek zullen vooral Ouborgs grootvaders centraal komen te staan: A.C. Ouborg, die in 1938 op jonge leeftijd werd aangesteld tot bijzonder hoogleraar in de mechanische technologie in Delft en daarnaast directeur was van de Wollenstoffenfabrieken L.E. van den Bergh in Tilburg, en Leendert Vriens, een van de eerste autodealers in (Zuid) Nederland die in de vroege jaren twintig Amerikaanse wagens in Nederland importeerde en die zijn omgeving tot ver in de jaren zestig verbaasde door steeds weer nieuwe, spectaculaire ondernemingen. De zeer bekende, vaak aan Cobra gerelateerde schilder Piet Ouborg is een broer van Aads opa. Kortom een zeer interessante familie, wat een inspirerend boek moet opleveren.

Vormgeving en layout van bedoeld boek is in handen van Geert de Jong van het bekende bureau Smidswater.

2013


Ik wilde hier eigenlijk foto’s plaatsen van mijn Russische bibliotheek,
maar deze foto van mijn andere verzameling (zonen) lijkt me ook niet verkeerd.
Van links naar rechts: Yasha (oudste), Lorenzo (jongste) en Maxim (middelste zoon).

Ook dit jaar ben ik voornamelijk (druk) bezig met het schrijven aan mijn boek/dissertatie over de geschiedenis van de fameuze kwaliteitsuitgeverij SUN (1969- 2009). 0p basis van de reeds geproduceerde hoofdstukken ontving ik behalve lovende reacties van mijn promotoren, aanvullende beurzen van diverse instellingen. Tegen het einde van dit jaar hoop ik een en ander afgerond te hebben. Tussendoor vond ik tijd om wat essays te schrijven voor het Tijdschrift voor Slavische Literatuur. Het vermaarde Tilburgse Nexus-instituut vroeg mij opnieuw te recenseren voor hun digitale Leestafel, zie: Nexus instituut.

Afgelopen voorjaar heb ik definitief besloten mijn vermaarde en unieke bibliotheek van Russische literatuur in Nederlandse vertaling, zo’n 3000 banden, aan de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag te schenken. Conservator Paul van Capelleveen en zijn collegae van de KB waren na grondige expertise unaniem van mening dat bedoelde verzameling bestempeld moest worden als zijnde van bibliofiele kwaliteit. Dit betekent dat mijn verzameling als de Bibliotheek Cees Willemsen in de KB wordt opgenomen en als zodanig voor altijd bewaard zal blijven. Voor mij als verzamelaar zeer eervol en vooral erg bevredigend. Decennia van speuren, verzamelen en kopen worden aldus op de meest bevredigende manier afgesloten, al heb ik beloofd dat ik eventueel alsnog opduikende, bijzondere exemplaren voor de KB aan zal schaffen om ze toe te voegen aan ‘mijn’ bibliotheek.

De KB denkt een klein jaar nodig te hebben om alle boeken -uitvoerig- te beschrijven c.q. te catalogiseren.

2012

In dit jaar ben ik zeer druk geweest met het schrijven aan mijn boek/dissertatie over de geschiedenis van de fameuze kwaliteitsuitgeverij SUN (1969- 2009). Ik nam deel aan verschillende colloquia aan de Nijmeegse universiteit met onder andere Remieg Aerts en James Kennedy. Het vermaarde Tilburgse Nexus-instituut vroeg mij om te recenseren voor hun onlangs geopende digitale Leestafel, zie: Nexus instituut

2011

Het Fundament
Donderdag 27 oktober 2011 wordt mijn boek Het Fundament: Kroniek van Sprangersbouwbedrijf –bouwers sinds 1796 gepresenteerd in de Grote Kerk van Breda. Onder het motto ‘Wilskracht, verbeeldingskracht en mankracht’ wordt een feestelijk programma gepresenteerd met als sprekers prof. dr. Jacqueline Cramer (voormalig minister van VROM) en prof. dr. Hugo Roos, emeritus hoogleraar logistiek management aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Naast interessante lezingen krijgen de ongeveer 500 genodigden een ‘netwerkborrel’ en een walking dinner aangeboden. Bovendien is er een informatiemarkt.

Plusminus kwart over zeven ’s avonds zal het eerste exemplaar van Het Fundament overhandigd worden aan ir. Dolf Sprangers, die als laatste directeur uit het geslacht Sprangers tot 1997 in dienst was van het voormalig familiebedrijf.

Commissaris van de koningin in Noord-Brabant, prof. dr. Wim van de Donk, tevens bijzonder hoogleraar maatschappelijke bestuurskunde aan de Universiteit van Tilburg, schreef onder de noemer high tech en high touch een voorwoord in het ‘schitterende’ koffietafelboek, waarin hij de overeenkomsten schetst tussen Sprangers Bouwbedrijf en de provincie Noord-Brabant. De feestelijke locatie is ook daarom zo bijzonder omdat in de Grote Kerk van Breda in 1796 de eerste Brabantse Statenvergadering bijeenkwam, in hetzelfde jaar dus dat Sprangers Bouwbedrijf werd opgericht.

Naast de luxe koffietafelboekversie die op 27 oktober wordt gepresenteerd, zal er begin volgend jaar ook nog een integrale tekstversie verschijnen. Vanzelfsprekend minder spectaculair geïllustreerd, maar toch smaakvol uitgevoerd, met voor de historische liefhebber de oorspronkelijke, uitgebreidere tekst.

Reünie
Begin dit jaar sprak ik Fons Tuinstra, een oude studiegenoot van me en iemand voor wie ik veel respect heb. Destijds, in de jaren zeventig, nam hij na een paar jaar afscheid van de studie geschiedenis omdat hij het ‘wel gezien had’. Zonder enig diploma besloot hij zijn eigen weg te gaan. Soms kwam hij bij me langs, bijvoorbeeld omdat hij boeken zocht over de Kaukasus. Het was de tijd van de Tsjetsjeense oorlog en hij wilde eens gaan kijken wat daar nu werkelijk aan de hand was. Samen met fotograaf Jan Banning, ook een jaargenoot, beleefde hij er hachelijke avonturen met dronken Russische generaals en hun gedemoraliseerde troepen. Later, in de jaren negentig, vertrok hij naar China en woonde vele jaren in Sjanghai, juist in de tijd dat die stad booming werd. Al pratende over vroeger besloten we tot een reünie. En omdat Fons inmiddels de buurman is geworden van Nina Brink, stelde ik voor om bij hem en Renee, zijn Chinese echtgenote, in Brasschaat samen te komen. Een datum wist ik ook al, het weekend van 18-19 juni, zodat ik mijn zestigste verjaardag kon ontvluchten. We besloten enigszins ruimhartig met het begrip jaargenoten om te gaan, omdat we in de diverse werkgroepen ook vaak door elkaar zaten. Het werd een heel genoeglijke bijeenkomst, dankzij vooral onze gastheer Fons, zijn vrouw Renee en Gerrit Jagt. Misschien is het niet toevallig, maar degenen die op kwamen dagen, bleken allen goed geslaagd in het leven, zoals Fons zelf natuurlijk. Sommigen moesten te elfder ure afzeggen zoals Ben van Raay, die plotseling voor zijn krant naar Amerika moest, en Leo Wessels die weer met zijn gezondheid kampte. Verrassend velen bleken in het buitenland te wonen, maar dit zal een herhaling niet beletten. Voor een verslag en deelnemerslijst verwijs ik gemakshalve naar de weblog van Fons Tuinstra. De volgende keer maken we het sommigen gemakkelijker en komen samen in Nijmegen.

Geestelijke inspiratie
In het voorjaar bezocht ik het onvolprezen en schitterend gelegen kruisherenklooster in St. Agatha, nabij het Brabantse Cuyk. Hier wordt een belangrijk deel van het katholieke erfgoed liefdevol bewaard en vakkundig beheerd. Ik zocht er naar sporen van een broer en zus van mijn grootvader Antoon van der Sande (1883-1985) en vond er een schat aan gegevens. Dat tante Marie (1887-1972) stichteres en eerste priorin was van het Benedictinessenklooster aan de huidige Generaal Maczekstraat 82 in Breda wist ik, maar bijvoorbeeld niet dat Maria Margaretha Apolonia Catharina soortgelijke kloostergemeenschappen in Valkenburg en Heesch had gesticht, en zeker niet dat zij in 1960 in Oeganda op 73-jarige leeftijd maandenlang had meegeholpen om ook daar een nieuwe congregatie van de grond te tillen.

Ook de Redemptorist Herman van der Sande (1884-1964) heb ik als kind nog gekend, maar ik werd toch verrast door zijn veelzijdige, sociaal-religieus geïnspireerde leven. Eerst werkte hij als jonge priester zeven jaren in de Surinaamse missie, tot een hartkwaal hem in 1918 dwong naar Nederland terug te keren. Later werkte hij vele jaren in Rotterdam waar hij sociaal werk verrichtte onder de verwaarloosde jeugd. Hieraan besteedde hij, net zoals zijn zuster voor haar congregatie, zijn gehele, niet onaanzienlijke deel van het familiekapitaal. Schitterend om te lezen dat heeroom Herman, die veel afvallige Rotterdammers terug naar de katholieke kerk leidde, op de markt in Rotterdam tussen de kraampjes van communisten en vrijdenkers stond om zijn bekeerlingenblad ‘Neem en lees’ aan de man te brengen en propaganda te maken voor zijn uitleenbibliotheek. Dit deed me denken aan mijn activistenverleden: de appel valt kennelijk nooit ver van de familieboom. Herman moet in Suriname en Nederland duizenden mensen bekeerd hebben. Voor zijn sociale werk werd hij benoemd tot Ridder in de orde van Oranje-Nassau. Opvallend genoeg ontving hij geen kerkelijke (pauselijke) onderscheiding. Kennelijk was deze initiatiefrijke priester, ondanks zijn tomeloze inzet voor de Roomse zaak, niet bij al zijn collega’s even geliefd. Hermans onafhankelijke geest en zijn onorthodoxe maar zeer succesvolle initiatieven, die hij grotendeels uit eigen zak financierde, wekten bij sommige ordegenoten een zekere afgunst. Het ondernemen zat broer en zus nu eenmaal in het bloed, evenals bij hun zes broers, waaronder mijn grootvader Antoon, die in navolging van hun vader veel in Breda en het Brabantse bouwden.

Slovenië
Zoals elders op deze site (biografie) te lezen valt, kwam ik als verliefde jongeling in de zomer van 1970 in Slovenië terecht. Een romantisch avontuur in een land dat toen nog onderdeel uitmaakte van het socialistische Joegoslavië onder leiding van Tito. Tito die mij als lifter met zijn zwarte limousine bijna letterlijk over de voeten reed, toen hij samen met Sofia Loren van het filmfestival in het colosseum van Pula terugkeerde naar zijn vakantie-eiland voor de kust van Istrië. Stefan M., een oude strijdmakker van Tito, was bepaald niet gecharmeerd van mijn hippieachtige verschijning en al helemaal niet van het ‘geflikflooi’ met dochter Darja. Ruim veertig jaar later ben ik naar zijn huis teruggekeerd. De voormalige partizaan, nog tijdens de oorlog als gevechtspiloot opgeleid in de Sovjetunie, kon mij niet meer uit zijn huis gooien. Hij bleek jaren geleden overleden. Ik sliep op zijn kamer, maar naar zijn dochter mij verzekerde, hoefde ik niet bang te zijn dat hij zich in zijn graf zou omdraaien. Hij was een onconventionele, warme man, die met zijn oude strijdmakkers graag herinneringen ophaalde aan hun opleidingstijd in Krasnodar in het zuidoosten van Europees Rusland, niet ver van de Zwarte Zee. Ondanks Tito’s breuk met de Sovjetunie bleef hij de Russen een warm hart toedragen. Wanneer hij met zijn makkers het glas hief, zongen ze steevast weemoedige Russische liederen. Hoe graag had ik met hem de slivovka achterover geslagen en hem honderduit gevraagd naar zijn Russische avonturen. Branko, een van zijn voormalige strijdmakkers leeft nog. Hij vloog later onder meer het Kroatische regeringsvliegtuig en was tevens operazanger. Hij trouwde met de veel jongere, maar ook succesvollere operazangeres Darinka Segota. Deze Kroatische sopraan vierde vooral in Duitsland (München) grote successen en werkt tegenwoordig als zangpedagoge in Stuttgart. Binnenkort hoop ik Branko te ontmoeten.

Senior onderzoeker aan RUN
Op 1 februari j.l. is mijn parttime aanstelling als senior onderzoeker aan de letterenfaculteit van de Radboud Universiteit met twee jaar verlengd. Voor mijn SUN-geschiedenis heb ik inmiddels veel betrokkenen geïnterviewd en archiefonderzoek verricht.

2010

Het jaar 2010 is alweer een aardig eind op streek, tijd dus om ondanks alle werkzaamheden mijn site te actualiseren, waarbij in feite niet anders dan positieve tot zeer positieve zaken te melden zijn.

Sinds eind 2008 werk ik aan de geschiedenis van het Bredase Bouwbedrijf Sprangers. Hoewel een groot aantal Bredanaars deze vermoedelijk oudste Nederlandse bouwfirma bij naam kent, is over de geschiedenis van dit ruim twee eeuwen oude bedrijf nooit iets vastgelegd. Dankzij nauwgezet onderzoek in diverse archieven van onder meer de gemeentes Breda (Princenhage), Roosendaal en het bisdom Breda ben ik erin geslaagd de witte vlekken uit de eerste eeuw van Sprangers’ bestaan vanaf 1796 in te kleuren.

De claim dat Sprangers, van origine een familiebedrijf, even oud is als de provincie Noord-Brabant kan dankzij mijn onderzoek hard gemaakt worden. Ook met betrekking tot de geschiedenis van de tweede eeuw van het bedrijf, waarover in het Sprangersarchief veel meer bewaard is gebleven, ontdekte ik tal van tot op heden onbekende feiten. Allereerst natuurlijk in verband met de bouwgeschiedenis, zoals de geheime spoedopdracht van de genie om vlak vóór het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog kazematten te bouwen langs de Maas. Maar ook interessante weetjes als de betrokkenheid van Sprangers bij de oprichting van de voetbalclub NAC. Hubertus Sprangers, achterkleinzoon van oprichter Lambert Sprangers, was bij de oprichting van NAC in 1912 eerste elftalspeler. Zijn zwager en teamgenoot Frans Konert verzon de naam NAC toen de leden van de fuserende clubs Noad en Advendo elkaar in de haren vlogen over hoe de nieuwe club moest gaan heten.

Op het moment dat ik dit schrijf heeft de gemeente Breda zojuist de vergunning afgegeven voor de verbouwing van het Rat Verlegh Stadion, waardoor Sprangers Bouwbedrijf kan beginnen met de overkapping van de grachten aan de korte zijden van het NAC-stadion. Dit levert 1250 stoelen extra op, waarmee het totaal aantal plaatsen van 17.750 naar 19.000 stijgt.

Toen ik nog in Breda woonde, was ik een trouwe supporter van NAC en ook nadat ik naar Nijmegen was verhuisd, bezocht ik af en toe nog de thuiswedstrijden van mijn jeugdliefde. Het heeft dan ook lang geduurd voordat ik in Nijmegen de weg naar de Goffert vond. Inmiddels heb ik samen met mijn twee oudste zonen alweer vele jaren een seizoenskaart bij NEC, waarbij we natuurlijk - net als ik vroeger bij NAC- achter de goal zitten, toen stond(en).

Niet zo lang geleden ontdekte ik op YouTube (zie: vanaf 0:35 sec.) dat de populaire oud-NEC-speler en muzikant Björn van der Doelen voor de clip van zijn song Nijmegen in het stadion van NEC inzoomt op mijn middelste zoon Maxim (toen 11 jaar) en mij wanneer hij de liefde van vader en zoon voor NEC bezingt. Dit is niet alleen aardig en amusant maar ook handig, omdat ik door de Nijmeegse harde kern nog steeds als een verholen NAC-supporter wordt beschouwd.

Oude liefde roest niet, dat is bekend. Daarom was ik des te meer vereerd toen de Nijmeegse gemeenteraad afgelopen oktober (2009) unaniem besloot mij €25.000,- toe te kennen voor een onderzoek naar de geschiedenis van de van origine Nijmeegse uitgeverij SUN. Voor dit meerjarig onderzoek zijn met behulp van ondersteuningsbrieven van niet de minste hoogleraren in den lande, als de historici Willem Frijhoff en Piet de Rooy, de socioloog en filosoof Gabriël van den Brink, de filosofen Hub Zwart en Paul van Tongeren, de psycholoog Jacques Jansen en de kerkhistoricus Peter Nissen al meerdere fondsen geworven. Inmiddels is ook de Nijmeegse Letterenfaculteit van de Radboud Universiteit over de Waalbrug gekomen en heeft mij een (parttime) onderzoeksaanstelling bij de vakgroep geschiedenis aangeboden. Zo keer ik na 35 jaar als onderzoeker terug naar het historisch instituut waar ik in 1975 mijn geschiedenisstudie begon. Mijn promotoren zijn de gerenommeerde hoogleraren Remieg Aerts in Nijmegen en James Kennedy van de Universiteit van Amsterdam.

Maar vooralsnog heb ik de handen vol aan de afronding van mijn Sprangersgeschiedenis. Deze zal - wederom - verschijnen bij uitgeverij De Geus in Breda. Het wordt een spectaculair koffietafelboek met schitterend beeldmateriaal in een zeer originele vormgeving door het Bossche ontwerpbureau Studio Kluif. Kluif is onder meer verantwoordelijk voor het prestigieuze beeldmerk van de grote manifestatie Jheronimus Bosch 500 in 2016.

Zoals hieronder aangekondigd heeft VPRO-radio middels Het spoor terug, onderdeel van het onvolprezen Onvoltooid Verleden Tijd, twee uitzendingen gewijd aan de Vara-aktie ‘Help de Russen de winter door’ (1990-1991). Programmamaakster Astrid Nauta heeft Sven Standhardt en mij als voormalige monitoren uitvoerig voor dit programma geïnterviewd, naast Marcel van Dam, toenmalig VARA-voorzitter, en de sceptische Nederlandse correspondenten in Moskou in die tijd. De uitzendingen waren op Radio 1 op 13 en 20 december 2009 te beluisteren. Eigenlijk zou ik Rusland weer eens moeten bezoeken, al was het maar om mijn reisgidsje Te gast in Rusland te actualiseren, waarvan er inmiddels 12.500 zijn verkocht, maar ik heb daar helaas geen tijd voor.

Eind 2009 verscheen in Jaarboek 69 van De Ghulden Roos (Roosendaal) een uitgebreide en lovende recensie van mijn boek Dichtbij&Betrokken. De geschiedenis van de Rabobanken in Etten en Leur. Recensent Rieni Voermans, streekarchivaris van het Regionaal Archief West-Brabant, spreekt over ‘een feest van herkenning voor de wat oudere autochtone inwoner van Etten-Leur’. Te zijner tijd zal ik deze en andere recente boekbesprekingen op de desbetreffende pagina opnemen. Ook zo’n karwei waar ik even tijd voor moet zien te vinden.

2009

Publiciteit, aandacht voor zijn werk is voor elke schrijver van groot belang en altijd stimulerend, zeker voor een zelfstandig historicus als ondergetekende. Het ene boek trekt natuurlijk meer de aandacht dan het andere, maar in de regel heb ik over publieke en professionele aandacht nooit te klagen gehad. Integendeel. Zo mocht ik afgelopen zondag 15 maart voor de derde keer in mijn carrière aanschuiven bij VPRO’s radioprogramma OVT, het best beluisterde en meest interessante boekenprogramma voor (vooral) historisch geïnteresseerden. Dat dit programma zeer populair is, merk ik o.m. door het grote aantal reacties dat ik steeds na zo’n uitzending krijg. Ditmaal zat ik er voor mijn geschiedenis van de Rabobanken in Etten en Leur. De Rabobanken zijn natuurlijk hot vanwege de huidige economische (krediet)crisis, maar OVT-collumniste Nelleke Noordervliet bekende me dat ze zich vooraf toch niet gerealiseerd had hoe boeiend zo’n bankgeschiedenis kan zijn. Kortom een geslaagde uitzending, die verder grotendeels in het teken stond van de ineenstorting van de Sovjetunie in 1991. En omdat ik er toch was en in 1991 langdurig in dat land verbleef, kon ik meteen aanschuiven bij het panel dat hiervoor speciaal was uitgenodigd: Hubert Smeets (NRC) en Hans van Koningsbrugge (RUG). Zo’n uitzending met publiek erbij in Studio Desmet in Amsterdam is toch veel leuker dan in een studio op het Mediapark in Hilversum (luister hier). Redactrice Astrid Nauta vatte naar aanleiding van mijn Russische avonturen in 1991 ter plekke het plan op om in de nabije toekomst eens terug te blikken op de actie Help de Russen de winter door, die destijds door Sonja Barend namens de VARA werd geïnitieerd. Zelf kom ik de laatste jaren weinig meer in Rusland, maar blijkens de alweer vierde, herziene, druk van mijn Te gast in Rusland, reis ik indirect nog steeds met velen mee.

Waar ik ook blij mee ben is de uitgebreide recensie van Peter Selten van mijn boek over De Kopse kant van Nijmegen in het wetenschappelijk tijdschrift Pedagogiek. Hoewel er voor een gerecenseerde altijd wat te wensen over blijft, kan ik me in deze sympathiek getoonzette kritiek goed vinden. Toch blijft de inleiding van Pol de Bondt bij Van God los voor mij de treffendste typering van mijn geschiedschrijving, onder meer door wat hij zegt over de kwintessens van mijn anekdotisch verhaalstijl (zie elders op deze site).

Sinds afgelopen zomer wordt mijn werkplaats verfraaid door een kleine expositie van prachtige – skinny – sculpturen van José van der Zand. Regelmatig lopen mensen naar binnen die naar haar werk en naam vragen, want José weigerde tot op heden er een (naam-prijs)kaartje bij te leggen. De bronzen plastieken staan gegroepeerd in en bij de linkeretalage van mijn paradijselijke werkplek. Ik hou veel van kunst, mijn huis hangt er vol mee, en ik heb José gewaarschuwd, hoe langer dit exquise ensemble hier staat, hoe meer ik eraan gehecht raak, maar ik kan niet alles in één keer kopen. Binnenkort hoop ik op deze pagina’s wat foto’s van haar werk te tonen.

2008

Woensdag 17 december is Dichtbij&Betrokken. De geschiedenis van de Rabobanken in Etten en Leur 1899-2006 gepresenteerd in Theater Congrescentrum De Nobelaer in Etten-Leur.
Het boek is werkelijk schitterend uitgegeven door De Geus in Breda. Een prachtig in rood linnen gebonden boek met een smaakvolle stofomslag van vormgever Stef van Zimmeren van bureau Riesenkind. Ook het originele binnenwerk is van hem. Elk van de drie delen, Rabobank Etten, Rabobank Leur en de fusiebank Etten-Leur, heeft een eigen, subtiele kleurzetting, die zelfs in de inhoudsopgave terugkeert. Ondanks de ietwat kleinere afmetingen 15x22 centimeter en het feit dat het boek 463 pagina’s telt, is dit epos dankzij de gekozen papiersoort zeer hanteerbaar gebleven en ligt het lekker in de hand. De fotografie van de omslag is van Adriaan van Zijp.
In de regel zijn al mijn boeken (echt)gebonden met stofomslag en bevatten ze altijd een personen- en beperkt zakenregister, zonodig tijdtabellen, stambomen etc. Als boekenliefhebber stel ik deze twee basiskenmerken van een goed uitgegeven boek altijd als voorwaarde aan zowel opdrachtgever als uitgeverij. Ik durf dan ook gerust stellen dat al mijn boeken mooi zijn uitgegeven, maar dit jongste exemplaar is beslist een van de fraaiste. Ik werd in mijn enthousiasme gesterkt door de eerste reacties, die zonder meer zeer lovend waren (Piet Luijkx, voormalig bankbestuurder en loco-burgemeester van Etten-Leur:’Het boek is erg mooi uitgegeven en een groot succes’). Het zal mij daarom een groot genoegen zijn ook een van mijn volgende boeken: de geschiedenis van het gerenommeerde Bredase Bouwbedrijf Sprangers (1796) bij Uitgeverij De Geus onder te brengen.

Terwijl het ene boek bij de drukker ligt en het volgende in de maak is, vond ik enige aardige recensies terug (zie de desbetreffende pagina) van een van mijn oudere boeken, Russians and Dutchmen. Een van de recensenten is de vermaarde historicus Jonathan Israel, de Engelse specialist op het terrein van de Nederlandse geschiedenis. Misschien dacht ik terug aan mijn eerste Engelstalige publicatie naar aanleiding van het verschijnen van Literature and Beyond, het Festschrift voor mijn vriend Willem G. Weststeijn.

Vrijdag 31 oktober 2008 heeft Willem G. Weststeijn zijn afscheidscollege gegeven als hoogleraar Slavische Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Bij deze gelegenheid is hem een Liber Amicorum aangeboden van collega’s en vrienden uit de internationale wereld van de slavistiek. Heel speciaal aan dit vuistdikke Festschrift van zo’n 1000 pagina’s, zijn de bijdragen van zijn vier zonen, een unicum, dat bij mijn weten nooit eerder is vertoond. Literature and Beyond luidt de titel van het tweedelige werk, met zo’n 56 bijdragen in het Engels, Russisch en Duits, aangevuld met de indrukwekkende bibliografie van Weststeijns publicaties. Zelf heb ik onder de titel Willem G. Weststeijn and his lyrical ‘I‘, een portret van Willem als slavist mogen schetsen. Het zorgvuldig uitgegeven boek is verschenen bij Uitgeverij Pegasus Oost-Europese Studies.

Er volgen nog meer afscheidsbijeenkomsten. Donderdag 27 november neemt redacteur Henk Hoeks officieel afscheid als redacteur van uitgeverij Boom/SUN. Henk, die gebruik maakt van de vut-regeling, was decennialang hèt gezicht van uitgeverij SUN. Zijn vertrek betekent dan ook een gevoelige aderlating voor de achterblijvers. Hem kennende zal hij ongetwijfeld actief blijven in de boekenwereld.

Op woensdag 17 december 2008 neemt directeur Ronald Molenaar afscheid van Rabobank West-Brabant Noord. Bij gelegenheid hiervan wordt hem in de Nobelaer in Etten-Leur mijn geschiedenis van de Rabobanken in Etten en Leur aangeboden. Het boek verschijnt begin december onder de titel Dichtbij&Betrokken. De geschiedenis van de Rabobanken in Etten en Leur, 1899-2006 bij uitgeverij De Geus in Breda. Het boek telt bijna 500 pagina’s en is rijk geïllustreerd. Ik laat hieronder een citaat uit de flaptekst volgen:

‘Wie over een bankgeschiedenis leest, denkt niet onmiddellijk aan een spannende detective. Toch bevat de geschiedenis van een bank wel degelijk boeiend materiaal, zeker voor wie zich realiseert dat het verhaal van een bank, wortelend in de lokale gemeenschap, een unieke kijk geeft op de sociaal-economische geschiedenis van een bepaalde stad of streek. Zo liepen en lopen de belangrijkste geldstromen in Etten-Leur via de Rabobank, voorheen de Boerenleenbank. De bankarchieven bevatten daarom veel interessant materiaal dat historici en publicisten normaliter nooit onder ogen krijgen, laat staan dat een breed publiek ermee vertrouwd is. De geschiedenis van Rabobank Etten-Leur, in drie delen gepresenteerd als de geschiedenis van de Rabobank Etten, Leur en de fusiebank Etten-Leur, is daarmee verplichte kost voor eenieder die geïnteresseerd is in de maatschappelijke geschiedenis van West-Brabant.’

De afgelopen weken (september 2008) werden de gemoederen in psychiatrieland en vervolgens ook daarbuiten, denk aan het kamerdebat en de uitgebreide berichtgeving in de media, bezig gehouden door de schrijnende wantoestanden in (de gesloten afdeling van) het Sociaal Psychiatrisch Dienstencentrum in Amsterdam. Zondagmorgen 28 september werd ik, als historicus van de psychiatrie en oud-B-verpleegkundige, hierover geïnterviewd in het VPRO-radioprogramma OVT (lees verder...).
De dagen erna belden ook de vakbladen Psy (lees verder...) (vroegen om een column) en PM om mijn mening te horen.
Mijn analyse n.a.v. de schrijnende feiten die boven water zijn gekomen: ‘Veertig jaar geleden was het misbruik van de isoleer vooral te wijten aan medische en therapeutische onmacht, nu aan bureaucratische onmacht, zie verder mijn column in Psy.

Op 1 oktober, kon ik over bovenstaande van gedachten wisselen met mijn oud-collega’s van Het Hoge Huis in Nijmegen. Dit Hoge Huis, voorheen een psychiatrische tussenvoorziening of hostel, nu onderdeel van de RIBW Nijmegen&Rivierenland (beschermd wonen), was verbouwd en werd feestelijk heropend. Natuurlijk blikten we terug op ons gemeenschappelijk verleden - ik werkte er zo’n 25 jaar geleden- niet alleen uit nostalgische overwegingen of vanwege de actualiteit van onze anti-psychiatrische opvattingen van toen, maar ook omdat ik gevraagd ben de geschiedenis van mijn oude werkgever RIBW Nijmegen&Rivierenland te gaan schrijven.

Maandag 29 september werd ik gefilmd voor een televisieprogram van TV Gelderland voor een vierdelige serie over de Koude Oorlog. Mijn ervaringen met de voormalige BVD worden versneden met die van een communist van een oudere generatie. De uitzending is op 30 oktober.

Vrijdag 4 oktober j.l. werd het 50ste nummer van het Tijdschrift voor Slavische literatuur feestelijk ten doop gehouden in het Bungehuis aan de Spuistraat in Amsterdam. Ik trof er veel oude bekenden uit de wereld van de slavistiek, zoals Tom Eekman, Anne Stoffel, Arthur Langeveld, mijn oude maat Emmanuel Waegemans, Kees Verheul en natuurlijk mijn mederedactieleden, Karol Lesman, Kees Mercks, Jenny Stelleman, Eveline Schlatman en Willem G. Weststeijn. We hopen nog vele nummers te maken, maar helaas zullen we op afzienbare termijn een andere redactiekamer moeten zoeken, want per 31 oktober aanstaande gaat Willem Weststeijn met emeritaat. En hoewel de Universiteit van Amsterdam uit bezuinigingsoverwegingen geen al te grote haast maakt met zijn opvolging, zullen we nog hooguit een jaar bijeen kunnen komen op Willems prachtige hoekkamer met schitterend uitzicht op de vijfde verdieping van het al genoemde Bungehuis, Spuistraat 210. De universitaire slavistiek zonder Willem, het zal zwaar wenne zijn.


De voltallige redactie van het Tijdschrift voor Slavische Literatuur bijeen ter gelegenheid van de feestelijke presentatie van het vijftigste nummer van TSL in het Bungehuis in Amsterdam op vrijdag 3 oktober 2008: van links naar rechts: Willem G. Weststeijn, Kees Mercks, Jenny Stelleman, Karol Lesman, Eveline Citron-Schlatmann (bureauredactie), Emmanuel Waegemans (redactieraad) en Cees Willemsen.


Van links naar rechts: Willem Weststeijn, Kees Mercks, Karol Lesman en Manu Waegemans.


Arthur Langeveld (links) en Kees Verheul. Op de achtergrond Manu Waegemans in gesprek met Pegasus-uitgever Joop IJisberg.

Ruim een week eerder was ik, eveneens in de Spuistraat, met Henk Hoeks en Sjef van der Wiel (SUN-Boom) op bezoek bij James C. Kennedy, hoogleraar moderne geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam om te praten over mijn geschiedenis van uitgeverij SUN. Kennedy, auteur van het alom geprezen Nieuw Babylon in aanbouw. Nederland in de jaren zestig, was zeer lovend over mijn opzet. Eerder al schreven een zevental vooraanstaande hoogleraren uit Nijmegen, Amsterdam en Tilburg naar aanleiding van diezelfde opzet prachtige aanbevelingsbrieven voor diverse subsidieverlenende instanties. Nu maar hopen dat er met al deze professorale steun het komend jaar voldoende gelden loskomen om met dit schitterende project te kunnen beginnen.


(klik op de foto om verder te lezen)

De eerste recensies van De Kopse Kant van Nijmegen in de Gelderlander, zie hierboven, en van dr. Ruud Abma, kenner van de Nederlandse (katholieke) jeugdcultuur op de website van boekhandel Roelants in Nijmegen, zie hieronder.

dinsdag, 29 januari 2008
Katholiek leren … maar wel ludiek!
door Ruud Abma

‘De Kopse Hof was gedurende vele decennia een begrip in Nijmegen en katholiek Nederland. De hogere beroepsopleiding voor katholieke jeugdleiders, opgericht in 1956, is inmiddels opgegaan in de HAN (Hogeschool van Arnhem en Nijmegen). Toen de archieven naar het oud papier dreigden te verdwijnen, bedacht directeur Jan Dankers dat een geschiedschrijving van dit stuk katholiek Nederland op zijn plaats was. Het resultaat is het kloeke, fraai vormgegeven De Kopse kant van Nijmegen. Vijftig jaar Akademie voor Edukatieve Arbeid.’
(lees verder op de recensiepagina)

2007

In afwachting van de eerste recensies van ‘De Kopse kant van Nijmegen’, verscheen onlangs in Gewina Tijdschrift voor de Geschiedenis der Geneeskunde, Natuurwetenschappen, Wiskunde en Techniek. 30 (2007) 2, nog een recensie van ‘De psychiater en de witte vlek’ van de hand van Hans de Waardt

‘Cees Willemsen, de auteur van het hier besproken boek, had al verschillende studies over de geschiedenis van de psychiatrische zorg in Noord-Brabant op zijn naam. Met deze publicatie versterkt hij zijn positie als expert op het gebied van de geschiedenis van deze tak van de medische zorg in deze provincie. In eerdere boeken van zijn hand lag het accent op ontwikkelingen in Breda en omstreken. In De psychiater en de witte vlek richt hij zich op de ontwikkeling van de geestelijke gezondheidszorg in het gebied rond Tilburg.’
(lees verder op de recensiepagina).

Op dinsdagavond 2 oktober 2007 om 19.30 uur wordt De Kopse kant van Nijmegen. Vijftig jaar Akademie voor Edukatieve Arbeid gepresenteerd in het Lux Theater in Nijmegen. De titel van dit boek verwijst naar de tegendraadse, creatieve en vrijzinnige geest die deze van origine katholieke opleiding voor jeugdleiders altijd heeft geïnspireerd. Het thema van dit boek sluit onverwacht mooi aan bij de tentoonstelling Seventies in Nijmegen (zie hierna) die zich misschien iets teveel richt op het universitaire milieu, terwijl De Kopse Hoffers (en de Meerbergers [MBO]) met hun door de bank genomen minder theoretische maar ludiekere bevlogenheid zeker zo beeldbepalend zijn geweest voor dat decennium als de universitaire studenten.


(klik op de foto voor de uitnodiging)

De tentoonstelling Seventies in Nijmegen. Tien krejatieve aksiejaren werd vrijdagavond 31 augustus j.l. officieel geopend. De belangstelling was overweldigend, ik zag er veel oude bekenden. De avond ervoor was ik met Peter Freijsen (Kladderadatsch) geïnterviewd voor het NOS-radioprogramma Met het Oog op Morgen, een kans om voor een groter publiek iets over de tentoonstelling te berde te brengen. Ik hoop dat het gelukt is in die paar minuten iets zinnigs over die jaren te zeggen. Aan het door de Nijmeegse uitgeverij Vantilt zeer smaakvol uitgegeven boek, samengesteld door Hans Timmermans, heb ik het lemma Samaritaanse communisten bijgedragen, een korte schets van de Nijmeegse CPN in de jaren zeventig. Het boek is als een mozaïek samengesteld uit zeventig korte terugblikken op politiek-cultureel centrum O’42, vrouwencentrum De Feeks, Café de Plak, Tejater Teneeter, straatmuziekgroep Kladderadatsch, de anti-autoritaire kresj, de Rooie Flikkers, poppodium Doornroosje, Diogenes, de Socialistische Uitgeverij Nijmegen en vele andere broedplaatsen van alternatief leven en denken. De items beslaan hooguit 500 woorden plus een fotopagina, hapklare brokken dus, en daardoor zeker voor jongere generaties bezoekers gemakkelijker te verteren dan diepgravende beschouwingen die voor hen te zwaar op de maag kunnen liggen. Om de geest van een tijdvak in een tentoonstelling te vatten is niet gemakkelijk. Essentiele zaken zijn niet of nauwelijks materieel vast te leggen. Een foto van een demonstratie maakt het politieke streven van de betrokkenen wel duidelijk, maar spreekt er gemeenschapsgevoel uit? Of het verlangen samen onvoorwaardelijk nu iets te doen aan misstanden? Is dat in beelden uit te drukken? Het gevoel deel uit te maken van een beweging die een betere wereld wil. Is die inspiratie te visualiseren? Natuurlijk bleken veel zwartwit schema’s uit die tijd onhoudbaar. En ongetwijfeld zijn er mensen tekort gedaan door onze al te simplistische classificaties, hoe serieus er ook gestudeerd werd. Toch valt me steeds weer op dat bij ontmoetingen met oude ‘tegenstanders’ uit die jaren, de verongelijkten vaak als eersten met heimwee op die roerige periode terugblikken. Ik spreek geen oordeel uit over de tentoonstelling. Er zal ongetwijfeld kritiek komen van ervaringsdeskundigen, maar zonder deze professionele en smaakvol vormgegeven poging hadden we niets gehad en zeker niet dit aardige boek. En wie zich geroepen voelt het definitieve boek over de Nijmeegse jaren zeventig te schrijven, die melde zich. Ik zou dit decennium overigens een jaar of wat eerder laten beginnen, en laten eindigen met de Pierson-acties.


(klik op de foto voor de uitnodiging)

Indirect zal ik (stevig) aan die geschiedenis bijdragen door de verleende, eervolle opdracht de geschiedenis van de Nijmeegse uitgeverij SUN (1969 – heden) te schrijven. Voor het zover is, zal ik mijn kleine epos over de geschiedenis van de Rabobanken in Etten en Leur voltooien. Deze twee banken krijgen ieder hun eigen geschiedenis, evenals de fusiebank die uit beide in 1998 ontstond. Met deze drie deeltjes in een smaakvolle cassette, hoop ik nieuw licht te werpen op de economisch-sociale geschiedenis van deze gemeente in het West-Brabantse.

Het afgelopen halfjaar is er verder nog een gewijzigde herdruk verschenen van Te gast in de Baltische landen. Behalve de inhoud is ook de titel aangepast, want de indertijd ingeburgerde pejoratieve benaming staten herinnerde teveel aan de Oostblokperiode. In april j.l. verscheen in Cahiers voor een lezer nr. 26, een uitgave van het E. du Perron Genootschap, mijn lezing ‘E. du Perron en de Russen’, die ik op 5 november 2005 in het Letterkundig Museum voor genoemd gezelschap hield.
In het juli-augustusnummer van het maandblad Streven verscheen een bewerking van mijn gesprek met Nijhoff Vertaalprijswinnaar Arthur Langeveld onder de titel De korrel in de voor. U ziet (denk ook aan de titel van mijn tentoonstellingsessay), mijn roomse verleden werpt nog steeds vrucht af.

Prof. Ger Harmsen (1922-2005) heeft een belangrijke, richtinggevende rol gespeeld in de geschiedenis van de Nijmeegse uitgeverij SUN. Hij onderhield vooral in de eerste helft van de jaren zeventig intensief contact met de redacteuren van de uitgeverij. Op zijn instigatie begon de SUN toen o.m. met een serie herdrukken van klassieken uit de geschiedenis van de Nederlandse arbeidersbeweging. Zelf publiceerde hij ook veel over die geschiedenis en over zijn verleden als lid van de Communistische Partij van Nederland. Op bijgaande foto’s zit Harmsen achter een tafel in boekhandel De Oude Mol in Nijmegen om een aantal van de bij uitgeverij SUN verschenen en herdrukte titels van zijn hand te signeren. Directe aanleiding voor deze signeersessie op 19 mei 1982 was de verschijning bij uitgeverij SUN van Harmsens Nederlands kommunisme. Gebundelde opstellen. Vanzelfsprekend wilde ik een gesigneerd exemplaar.


Op de bovenste foto. Tussen de bloemen nauwelijks zichtbaar achter de tafel: Ger Harmsen, naast hem redacteur Hugues Boekraad, derde van links, met de tongue in cheek, redacteur Henk Hoeks, vervolgens ondergetekende en rechts Henk van den Belt. De Oude Mol zat toen nog aan de Van Broeckhuysenstraat 48. Op de onderste foto is nog net te zien dat ik de eerste druk uit 1967 van zijn boek over de communist Daan Gouloze, in 1980 herdrukt bij de SUN, in mijn hand houd.

De nieuwe foto’s die William Moore heeft gemaakt van mijn Historische Werkplaats aan de Lage Markt 48, zijn inmiddels op de homepage en als achtergrond van de daaropvolgende pagina’s geplaatst. De februarifoto met die laaghangende zon, vindt u hieronder. In de ruit van de voordeur ziet u vaag de fotograaf weerspiegeld.

De foto op de vorige pagina (Home) van mijn website laat het historische pand zien dat ik bijna twee jaar geleden heb kunnen kopen van de gemeente Nijmegen. Een van de 140 monumentale panden die ze toen heeft verkocht aan huurders en twee investeerders. Het schitterende pand ligt aan de mooiste straat in de Nijmeegse Benedenstad, vlakbij de Waalkade, waar ik vanachter de enorme winkelruit schuin op uitkijk. Zelf woon ik al meer dan 25 jaar om de hoek als eerste huurder van een van de vele nieuwbouwwoningen die destijds na veel strijd hier gerealiseerd zijn.

Aan de Lage Markt 48, mijn Historische Werkplaats, zoals ik de werkruimte gedoopt heb, is een groot deel van mijn bibliotheek ondergebracht. Onder andere in een prachtige kloosterbibliotheekkast van de paters van Wittem die, zes meter breed, bijna tot het 4,20 m. hoge plafond reikt. De fundamenten van het pand stammen uit de tijd dat Columbus Amerika ontdekte. De karakteristieke houten pui dateert van het einde van de negentiende eeuw. Met een grote kelder en een fraaie achterkamer/keuken met daarachter een binnenplaats is mijn paradijs compleet. Vanuit de achterkamer kijk ik op de St. Stevenskerk, terwijl ik met een schuin oog naar rechts de achterkant van mijn woning in de Priemstraat kan zien.

De verhuis naar de Lage Markt van mijn bibliotheek, platencollectie en nog veel meer, plus de opbouw van de bibliotheekwanden heeft het afgelopen jaar veel energie gekost. Tegelijkertijd schreef ik vanaf mijn komst aan mijn prachtige, drie meter lange eiken tafel twee boeken en verschillende artikelen. Noodgedwongen hield ik mijn agenda zo leeg mogelijk en zag af van lezingen, presentaties, reisbegeleidingen etc. Saai voor de bezoeker van mijn site, maar beslist noodzakelijk voor mijn ziele- en andere rust. Zelfs een vervolg op mijn Trouwdebuut moest ik om die reden afzeggen.

Wat staat er binnenkort te gebeuren? De achtergrondfoto’s van deze vernieuwde site worden op termijn vervangen (is inmiddels gebeurd) door nog mooiere. De foto hieronder die de voorgevel van de Historische Werkplaats toont, is genomen op een zonnige februaridag met een lage winterzon, waardoor de ruiten extra spiegelden. Bovendien had ik toen geen tijd om de winkel, zoals ik mijn werkruimte soms oneerbiedig noem, op te ruimen. William Moore, een bekende fotograaf in deze contreien, neemt die nieuwe foto’s voor zijn rekening.

William heeft ook de foto gemaakt voor de stofomslag van mijn vierhonderd pagina’s tellende epos over ‘de Kopse Hof’, een typisch Nijmeegse opleiding, dat dit najaar bij de Valkhofpers verschijnt. Omstreeks die tijd zal ook mijn Gemeenschappelijk bankieren in Etten-Leur verschijnen, een geschiedenis van de Rabobank Etten-Leur, waar ik momenteel met veel plezier aan werk. Genoemde titel is een werktitel, maar hij bevalt me eigenlijk wel, vanwege de onnadrukkelijke verwijzing naar de katholieke achtergrond van deze voormalige Boerenleenbank.

Inmiddels ben ik benaderd voor verschillende nieuwe opdrachten, waaronder een heel prestigieuze. Maar daarover later. Verder werk ik stug door aan mijn Timmerbiografie. Afgelopen jaar ontving ik een mooie beurs van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten, nadat eerder Het Fonds voor de Letteren en het Prins Bernardfonds een financiële bijdrage hadden geleverd.

Tot mij grote geluk heb ik niet lang voor haar plotselinge dood de weduwe Rost van Tonningen schriftelijk kunnen interviewen over de relatie tussen haar man en Timmer. De zwarte weduwe schreef haar antwoorden – en wie zal zich daarover verbazen – op de achterkant van een mooie foto van haar overleden man. Dat wordt een pikant verhaal, waarvan ik nog niet alle details op een rij heb. Lezers van mijn essay over Timmer in Tirade destijds kunnen vermoeden waar het over gaat.

Voor de Timmer-biografie interviewde ik onlangs ook de slaviste mevr. Van der Eng-Liedmeier, ondanks de ruim negentig jaren die ze telt nog zeer wilskrachtig en ad rem. Zij was een van de allereerste leerlingen van de befaamde Amsterdamse professor Russische taal en letterkunde Bruno Becker. Een van haar medeleerlingen eind jaren dertig was Etty Hillesum. De hoogleraar slavistiek Jan van der Eng, de inmiddels overleden echtgenoot van mevrouw Van der Eng-Liedmeier, verleende Timmer destijds een eredoctoraat.

Mevrouw Van der Eng nam in de wereld van de Nederlandse slavistiek een interessante positie in, doordat ze als belijdend, progressief katholiek vanaf eind jaren dertig voor veel katholieke periodieken schreef over eigentijdse Russische literatuur, en de klassieken natuurlijk. Later in de jaren zestig, toen ze deeltijdbanen had aan de universiteiten van Utrecht en Amsterdam, was ze in feite de enige naast Timmer en Lathouwers die met veel acribie over de moderne Russische (Sovjet) literatuur schreef. Ik hoop haar uitgebreider te presenteren in de bundel Slavische kopstukken, waarin ik mijn interviews met Nederlandse slavisten en een enkel receptiehistorisch artikel zoals het moeilijk verkrijgbare Tsjechov op het Nederlandse toneel wil bundelen.

Kortom ook de komende zomer zal ik weinig aan de Waalkade te vinden zijn, maar wel daar vlakbij in de buurt, in mijn eldorado.

Binnenkort op deze pagina meer over mijn werk en wederwaardigheden.

Cees Willemsen, de grote lijn
Speciaal voor ceeswillemsen.nl schreef Robert Vacher de biografie van Cees Willemsen. Alles wat je altijd al wilde weten over Cees is nu te lezen in "Cees Willemsen, de grote lijn". lees verder

Bekijk de foto's van Cees
Het fotoalbum van Cees is online. De eerste paginas zijn te bewonderen in het fotoalbum van Cees.

In het voorjaar en de zomer van 1991 hielp Cees mee met het uitdelen van voedselpakketen in de voormalige Sovjet Unie.
"Tienduizenden voedselpakketten van 13 kilo per stuk werden naar Rusland getransporteerd, voorjaar en zomer 1991. Ik werd als Monitor gevraagd om de uitdeling van die pakketten te begeleiden en te controleren. Hartverscheurende tonelen maakten we mee, maar ook hilarische."

2006

2006: een bijzonder druk jaar

Deze site zal binnenkort helemaal gerestyled worden. Cees heeft een zodanig hectisch, maar vooral ook succesvol jaar achter de rug, dat hij geen kans zag zijn site te laten bijwerken.

Zo werden Cees opnieuw prestigieuze beurzen toegekend voor zijn Timmerbiografie en ontving hij interessante opdrachten, waarover later meer.

Op afzienbare termijn volgen enige nieuwe boek- en tijdschriftpublicaties. Wanneer binnenkort zijn laatste boek naar de drukker gaat, hoopt hij eindelijk tijd te vinden om zijn site bij te werken en restylen.

Cees als recensent voor dagblad Trouw

Cees maakte kortgeleden zijn debuut als freelance recensent voor dagblad Trouw. Voor de boekenbijlage van zaterdag 11 februari 2006 recenseerde hij J.P. Hinrichs biografie: Vader van de slavistiek. Leven en werk van Nicolaas van Wijk (1880-1941) en Mijn Russische ziel van Hans Boland.

2005

Lovende recensies in Tijdschrift voor Psychiatrie

Het tijdschrift voor psychiatrie kwam onlangs met een lovende recensie van Cees’ jongste geschiedenis van de psychiatrie De psychiater en de witte vlek.
Hetzelfde vaktijdschrift publiceerde eerder enthousiaste recensies over Van God los en De belofte van het hiernumaals.
lees verder

Brief Van Baar n.a.v. 'De Psychiater en de Witte Vlek'

De bekende psychiater Jacques van Baar speelde een belangrijke rol bij de totstandkoming van de GGZ in Midden-Brabant. In die hoedanigheid kwam hij in Cees' boek De psychiater en de witte vlek herhaaldelijk aan bod.
Van Baar schreef naar aanleiding hiervan een brief aan Cees.
lees verder

Lees een ontboezeming van een ex-studiegenoot over Cees

Onlangs kreeg Cees bijgaand verhaaltje toegestuurd, waarin een oud-studiegenoot herinneringen ophaalt aan zijn rode studiejaren. Er wordt geen naam in genoemd, maar Otto Lankhorst meende vriend Cees te herkennen. Het is gepubliceerd in ET.VT (Ex Tempore - Verleden Tijdschrift) 23(2004), het blad van de Afdeling Geschiedenis van de Radboud Universiteit.
lees verder

Presentatie Bankieren in Zierikzee op 10 mei a.s.
Dinsdag 10 mei wordt om half vier in de Vierschaar van het oude stadhuis in de Meelstraat te Zierikzee Cees' boek: Bankieren in Zierikzee. Geschiedenis van de Nutsspaarbank Zierikzee, 1819-1999, aangeboden aan de voorzitter van de hoofddirectie van SNS Bank N.V., de heer mr. M.W.J. Hinssen.

Genoemd boek heeft door omstandigheden enige jaren op de plank gelegen. Cees is erg verheugd dat Bankieren in Zierikzee, waaraan hij destijds met liefde en plezier heeft gewerkt, alsnog verschijnt: "Het voelt alsof ik als een oude schrijver in een stoffige lade een boek terugvind, waarvan ik het bestaan vergeten was".

Biografie Ch. B. Timmer
Cees heeft in 2004 en 2006 prestigieuze beurzen toegekend gekregen van het Prins Bernardfonds en het Fonds voor de Letteren voor zijn biografie over de bekendste vertaler uit het Russisch in de vorige eeuw Charles B. Timmer (1907-1991).
Ch. B. Timmer was behalve eminent vertaler ook een uiterst productief essayist (o.m. in Tirade) en medeoprichter van de befaamde Russische bibliotheek van Van Oorschot. Ook bracht hij spraakmakende vertalingen van Russische autobiografieïn in de vermaarde serie Privë-domein van de Arbeiderspers. Auctor intellectualis van deze prachtige serie, die een ereplaats verdient in elke boekenkast, is Martin Ros. Cees heeft hem onlangs geïnterviewd voor wat de eerste Nederlandse vertalersbiografie belooft te worden.
De verschijningsdatum is voorzien eind 2008, begin 2009.

28 november 2005: Presentatie Moderne Russische literatuur - van Poesjkin tot heden
Maandagmiddag 28 november a.s. presenteert Cees in het Bungehuis, zaal 004, Spuistraat 210 in Amsterdam Moderne Russische literatuur - van Poesjkin tot heden door Arthur Langeveld en Willem G. Weststeijn.
Arthur Langeveld mailde Cees: "Leuk dat je je weer hebt laten strikken Zo langzamerhand ben je niet alleen de historicus van de slavistiek maar ook de vaste feestredenaar, de tamada zoals dat in Georgië heet."

De uitnodiging voor deze middag (waar tevens een ander werk wordt gepresenteerd door Aai Prins) kunt u hier nalezen (PDF).

10 november 2005: Presentatie biografie Nicolaas van Wijk door Cees Willemsen
logo uitgeverij Pegasus Cees is gevraagd om op donderdagmiddag 10 november de biografie Vader van de slavistiek. Leven en werk van Nicolaas van Wijk (1880-1941) van de gerenommeerde auteur Jan Paul Hinrichs te presenteren in boekhandel Pegasus.
Genoemd boek over de eerste hoogleraar slavistiek (Leiden, 1913) in Nederland verschijnt bij uitgeverij Bas Lubberhuizen.

Vrijdag 30 september 2005: ontmoeting met mede-biografiebeurswinnaars
Vrijdag 30 september j.l. ontmoette Cees in Het Schrijvershuis van de Stichting Fonds voor de Letteren aan de Huddestraat 7 in Amsterdam een aantal mede biografiebeurswinnaars, zoals Liesbeth Dolk (over F.Srpinger); Gerrit Jan Kleinrensink (Willem Brakman) en Aleid Truijens (F.B. Hotz).
Na een welkomstwoord van directrice Sylvia Dornseiffer werd de zeer genoeglijke en vooral ook informatieve bijeenkomst voorgezeten en geleid door gastvrouwe Greetje Heemskerk. Na afloop van deze uitstekend verzorgde koffie-lunchbijeenkomst togen we gezamenlijk naar Maison Descartes waar in samenwerking met de werkgroep Biografie en het Biografie Instituut een aantal workshops en lezingen over de biografie werd gegeven. Ook dit voortreffelijk georganiseerde symposium bood volop gelegenheid tot het uitwisselen van ervaringen en persoonlijke kennismaking met collega-biografen.

Lezing 5 november 2005 in Den Haag
Op 5 november 2005 houdt Cees voor het Eddy du Perrongenootschap een lezing in het Letterkundig Museum in Den Haag over 'Du Perron en de Russen'.

De lezing vindt plaats in de Rode Zaal van het Letterkundig Museum, Prins Willem Alexanderhof 5 in den Haag, om 14.00 uur. Na Cees zal Radboud van Steenhardt Carrë spreken over Uren met Dirk Coster en de Prisma discussie. De bijeenkomst wordt besloten met een mooi glas wijn, geschonken door EDPG-sommelier Manu van der Aa.

Maandag 18 en dinsdag 19 april 2005
Op maandag en dinsdag gaf Cees een drietal lezingen in Leuven en in Brussel.

Maandag 18 april om 10:00u gaf Cees een lezing in de Grote Aula van Vlekho (universiteit) in Brussel, getiteld: Russische literatuur in het Nederlands. Over vertalers en vertalen.
Dezelfde lezing herhaalde hij om 17:00, maar dan aan de Katholieke Universiteit Leuven, Afdeling Slavistiek, bij prof. dr. E. Waegemans aan de Blijde-Inkomstraat.

Dinsdag 19 april om 10.40 u. gaf Cees de lezing: "Rusland tussen Azië en Europa. Over de ziel van een niet- burgerlijke natie". De lezing werd gevolgd door een debat in het tolklokaal van Vlekho Brussel.

Vrijdag 11 maart 2005
scan cover logo In maart 2005 verscheen een geheel aan Geert van Oorschot (1909-1987) gewijde publicatie van ZL, Literair-historisch tijdschrift. Deze uitgave wil door middel van dertien bijdragen een veelzijdig beeld schetsen van Uitgeverij G.A. van Oorschot tijdens het bewind van Geert van Oorschot.

Hiernaast een foto van de omslag. Het archief van Uitgeverij Van Oorschot berust in het Letterkundig Museum in Den Haag, vandaar dat de redactie van genoemd literair tijdschrift op het idee kwam een speciaal nummer aan Van Oorschot te wijden. Het is in feite een boek geworden (met register) van 244 pagina's. Mijn bijdrage in dit nummer De geboorte van een Bibliotheek. Over de Russische bibliotheek, pp.152-167 handelt over het ontstaan van de vermaarde Russische Bibliotheek.

Op 11 maart 2005 om 16:00 uur, wordt dit nummer gepresenteerd in het Letterkundig Museum te Den Haag.

2004

De psychiater en de witte vlek

18 november 2004 is weer een boek van Cees Willemsen verschenen: De psychiater en de witte vlek, 30 jaar GGZ Midden-Brabant 1970-2000. Met een beeldverhaal door Paul Bogaers. Het boek is uitgegeven door uitgeverij Sun Amsterdam.

Lezing van Cees bij "Tsjechov toegelicht" in Stadsschouwburg in Amsterdam
Honderd jaar na het overlijden van Tsjechov presenteert Stadsschouwburg Amsterdam samen met Toneelgroep Amsterdam, het Nationale Toneel, Uitgeverij Van Oorschot en het Theater Instituut Nederland twee middagen rond de wereldberoemde toneel-en verhalenschrijver.
Op woensdag 22 december, 14.00 uur vindt "Tsjechov toegelicht" plaats in de Koninklijke Foyer van de Stadsschouwburg Amsterdam.
Cees Willemsen geeft die middag een lezing over Tsjechov op het Nederlands toneel. Hij illustreert zijn verhaal met filmfragmenten van legendarische Tsjechovopvoeringen.

Publicatie van Cees in maandblad Streven
Het septembernummer van het Cultureel maatschappelijke maandblad Streven opent met Cees' publicatie Heimwee naar de volksziel. De vroege ontvangst van Gogol in Nederland.
De belangstelling voor Gogol en 'de Russen' evolueerde in Nederland van een ietwat neerbuigende, paternalistische waardering in het begin van de negentiende eeuw tot adoratie op het eind. Deze wisselende appreciatie weerspiegelde de veranderende houding tegenover de eigen cultuur, van overwegend positief tot opvallend negatief, die alles te maken lijkt te hebben met het moderniseringsproces dat na 1870 op gang kwam. Het is tegen deze achtergrond dat critici in hun positieve waardering van wat altijd begrepen werd als 'het totaal andere' 'Gogols volksziel', uitdrukking gaven aan hun heimwee naar wat in de eigen cultuur verloren was gegaan.
lees verder

Tweede geheel herziene druk 'Te gast in Rusland' uit
In de landenreeks 'te gast in' van uitgeverij Informatie Verre Reizen uit Nijmegen is een geheel vernieuwde uitgave verschenen van Rusland. Het boekje bevat o.a. een impressie van een Wolgacruise, achtergrondverhalen over de Russische keuken en de Russisch-orthodoxe kerk en reportages over de Nieuwe Rijken en jongeren in Moskou. Daarnaast veel reistips, een woordenlijst en een uitgebreide literatuurlijst.