Cees Willemsen
Lage Markt 48
6511VL Nijmegen

Zaak: +31 248 443 0 99
Mobiel: +31 640 729 594

info@ceeswillemsen.nl

.

Laatste Nieuws: 21 april: Lezing over geschiedenis Brabantse psychiatrie in Halsteren


Welkom op de nieuwe website ceeswillemsen.nl

Biografie

Cees Willemsen, de grote lijn

ROBERT VACHER


Mijn geboortekaartje met de traditionele blauwe strik voor de jongen. Ik werd vernoemd naar mijn grootvader Cornelis (Cor) Johannes Willemsen (1893-1960), zoals mijn vader de naam van zijn grootvader droeg. Antonius is de eerste naam van grootvader Antonius Hendrikus Marie van der Sande (1883-1985). Lambertus is de naam van mijn vader (1923-2004).

Lees meer ...

Cees Willemsen werd in 1951 geboren in Breda waar hij opgroeide en naar school ging. In 1975 liet hij zich inschrijven voor de studie geschiedenis aan de universiteit van Nijmegen. Toen hij van Breda naar Nijmegen verhuisde had hij een atheneum-diploma op zak en een aantal jaren werkervaring achter de rug, onder meer in de psychiatrische verpleging. Op zoek naar een baan had hij als negentienjarige gereageerd op een advertentie in de lokale krant en zich gemeld bij Het Hooghuys in Etten-Leur. Hij werd er aangenomen als leerling B-verpleger. Al spoedig kwam hij in conflict met de leiding over de kernvraag hoe gehospitaliseerde psychiatrische patiënten benaderd en behandeld moesten worden.
Het was het jaar 1970. De democratisering van de geestelijke gezondheidszorg moest nog op gang komen. Het werkverband duurde anderhalf jaar. Bij zijn ontslag in 1972 kon hij niet weten dat zijn eerste kennismaking met de psychiatrie later in zijn leven een onverwacht vervolg zou krijgen door het verzoek om de geschiedenis te schrijven van hetzelfde Hooghuys dat hem vijfentwintig jaar eerder (toen Het Hooghuys nog Sint Antonius heette) de deur had gewezen vanwege zijn al te progressieve opvattingen die enkele jaren later gemeengoed zouden worden.

Solidariteit
Al op jeugdige leeftijd had hij een sterke links-politieke gedrevenheid die het logisch gevolg leek van een roomsrode opvoeding als oudste zoon in een groot katholiek gezin, gedrevenheid die werd versterkt door de verhalen en studenten die zijn vader mee naar huis bracht toen die -op latere leeftijd- tussen 1963 en 1968 in Tilburg sociologie studeerde, de studierichting die een democratiseringsbeweging op de Nederlandse universiteiten op gang bracht. Cees was actief in het alternatieve circuit, met name in De Trapkes en bij Provadya (de Veste). Hij trok op met linkse studenten van de Sociale Academie en maakte met studenten van de Pedagogische Academie een alternatieve film die draaide op het internationale studentenfilmfestival in Kassel. Hier ontmoette hij Darja, een Slavische uit Ljubljana, dochter van een oude strijdmakker van Tito. In Joegoslavië verwachtte Cees een samenleving te vinden, geïnspireerd door een Slavische gemeenschapszin, gebaseerd op niet-Stalinistisch communisme. In Darja herkende hij Marjanka, de beeldschone Kaukasische uit zijn favoriete novelle De kozakken van Tolstoi. Want behalve door de politiek was Cees ook al vroeg gegrepen door de Russische schrijvers die hij las, Dostojevski's Arme mensen en vooral Gorki's Klim Samgins opstandige jeugd. Hij las ze meestal in de vooroorlogse vertalingen van Siegfried van Praag, na de oorlog herdrukt in de goedkope Amstel paperbacks van uitgeverij Veen. Gorki, Tolstoi, Dostojevski en andere ethisch gedreven Russische schrijvers bevestigden hem in zijn van idealisme doortrokken linkse levensgevoel. Sleutelwoord was solidariteit met de ontrechten, de onderliggende klasse, waar hij zelf door zijn afkomst geen deel van uitmaakte. Hij beloofde zichzelf Marjanka niet te verraden, zoals Oljenin deed, die uiteindelijk 'het volk' de rug toekeerde en koos voor zijn oude milieu. Dat laatste deed Cees niet. Wel verliet hij Slavische Darja voor de Romeinse Livia met wie hij in 1974 een dochter – Lavinia - kreeg.


Mijn vader weigerde mij tijdens mijn pubertijd op de foto te zetten vanwege het lange haar en dito onverzorgde uiterlijk. Ik werkte nog niet zo heel lang in Sint Antonius in Etten-Leur toen ik broer Henk vroeg mij eindelijk eens te fotograferen in mijn nieuwe outfit.

Lees meer ...

Colporteren
Met een sprong terug in de tijd zien we Cees in Etten-Leur in handen vallen van een communistische agitator, een tot arbeider omgeschoolde halfintellectueel, die door zijn partij (de CPN) naar het zich snel industrialiserende Etten-Leur was gestuurd met de opdracht er een kern te vormen. Via hem en andere leden van het gestaalde kader kreeg hij te maken met jonge, idealistische arbeiderszonen uit Breda, die zijn geest rijp maakten om lid te worden van de CPN. Communisme was geseculariseerde religie, wars van individualisme en eigen bezit. Communisten waren ijveraars zoals de eerste christenen dat waren. Van het ene geloof naar het andere was kennelijk een niet te grote stap. Behalve dat hij geschiedenis studeerde werd Cees in Nijmegen sociaal en politiek actief op vele fronten. Aanvankelijk liet hij, in Nijmegen aangekomen, de partij even voor wat die was. Na een paar maanden kreeg hij bezoek van afdelingsbestuurder André Dumont die wilde weten waarom hij zich nog niet bij de afdeling had vervoegd. Kort daarop werd Cees actief lid van de CPN Nijmegen, bezocht de ledenvergaderingen, voerde actie om bijvoorbeeld in de wijk Dukenburg tot huurverlaging te komen en colporteerde op vrijdag met De Waarheid. Hij raakte kortom verweven met het linkse milieu tot op het niveau van de anti-autoritaire crèche Doornroosje, waar zijn dochter een paar ochtenden in de week heenging. Op CPN-afdelingsvergaderingen kwam hij in aanraking met figuren als Paul Scheffer, Gabriël van den Brink, Martin Terpstra en vele anderen. Scheffer nodigde hem uit zich namens de letterenfaculteit kandidaat te stellen voor de universiteitsraad. In deze zelfde tijd stelde Cees zich met een aantal geestverwanten verkiesbaar voor de sectieraad geschiedenis. Het Nijmeegse CPN-milieu, althans de studentleden onder hen, beheersten de raden op de universiteit en waren nauw betrokken bij instituten als O'42 en Uitgeverij SUN. Sommigen vertaalden voor de socialistische uitgeverij of werkten (incognito) mee aan Ter elfder ure, destijds hèt theoretisch orgaan van de linkse beweging in Nederland, een activiteit die met argusogen werd gevolgd door de landelijke CPN-leiding. Cees leerde mensen kennen als Hugues Boekraad, destijds de (Nijmeegse) goeroe van links, Henk Hoeks (nu nog redacteur uitgeverij SUN) en bij geschiedenis Pieter-Jan Mol, briljant essayist die jammer genoeg weinig heeft geschreven.

De Russische hoek
Toen Cees in september 1975 in Nijmegen neerstreek, waren achteraf gezien de hoogtijdagen van de studentenbeweging voorbij, terwijl de CPN-afdeling juist een grote bloei doormaakte. In 1978 werd hij de eerste democratisch gekozen voorzitter van de afdeling. In 1980, na een paar uitputtende jaren, werd hij door machinaties van de Amsterdamse leiding van de partij uit zijn functie gezet. (Zie voor deze geschiedenis het boekje Communisten aan de Waal, CPN Nijmegen 1918 – 1991). Het bleek een van de laatste stuiptrekkingen te zijn van de stalinistische restanten in de partij. Na 1980 stortte de partij en de linkse beweging in om na enige moeilijke jaren als Groen Links te herrijzen.

Cees bleef nog wel betrokken bij sociale activiteiten als de anti-kernenergiebeweging maar zijn bevlogenheid begon zich langzamerhand in andere richtingen te ontwikkelen en andere uitdrukkingsvormen te kiezen. In 1984 rondde hij zijn studie af met een verhandeling over de invloed van het religieus-socialisme op de arbeidersbeweging nadat hij lang had getwijfeld over een afstudeeronderwerp. Een zekere politieke correctheid verhinderde hem op dat moment de bruikbare suggestie te volgen van Hugues Boekraad, die wist dat Cees een gepassioneerd bezoeker was van antiquariaten. Boekraad deed -op een feestje bij Frits van Wel- een poging hem bij de keus van een onderwerp op het juiste spoor te zetten en stelde Cees de vraag naar welke kast hij het eerst liep wanneer hij een antiquariaat binnenkwam. Daar was geen twijfel over mogelijk want altijd en overal ging hij onmiddellijk naar de kast waar 'de Russen' stonden. Bijna elk antiquariaat had en heeft een aparte Russische hoek. Maar omdat hij het verzamelen van vertaalde Russische romans en verhalen als een luxe tijdverdrijf zag, politiek weinig relevant, censureerde hij zichzelf en antwoordde hij op de vraag van Boekraad niet dat hij naar de kast met Russische schrijvers liep maar naar de kast met de geschiedenis van de arbeidersbeweging. Had hij Hugues' vraag meer serieus genomen dan was hij mogelijk al jaren eerder met zijn favoriete onderwerp begonnen.


Zomer 1980, een dag vóór mijn verjaardag op 19 juni, kreeg ik sjans met José, de moeder van mijn drie zonen. We vertrokken vrij snel daarna naar Tsjecho-Slowakije. Met de trein, voordien lifte ik meestal door Europa...

Lees meer ...
Receptiegeschiedenis
Aanvankelijk woonde Cees in Nijmegen in de wijk Meyhorst. Later verhuisde hij naar een studentenflat in Galgenveld en ten slotte via wat omwegen naar de Nijmeegse onderstad (met José van Essen, met wie hij inmiddels drie zonen heeft: Yasha, Maxim en Lorenzo). Na vijf jaar studie zegde hij zijn beurs op en keerde terug naar de psychiatrie. Hij werkte enkele jaren in een Nijmeegs hostel voor resocialisering van psychiatrische patiënten met dag- en nachtdiensten. Intussen bleef zijn belangstelling voor Rusland en 'de Russen' door alles heen bestaan en na zijn afstuderen in1984 rijpte het idee om daar iets mee te gaan doen. Hij zocht contact met het Oosteuropa-Instituut in Amsterdam om eventueel een nieuwe studie te beginnen, maar John Löwenhardt adviseerde hem te promoveren.

Na wat speur- en zoekwerk kreeg hij het idee een receptiegeschiedenis van de Russische literatuur in Nederland te ontwikkelen. In dit onderwerp kwamen al zijn interesses samen, Nederlandse cultuurgeschiedenis, Russische literatuur, Rusland, en zijn liefde voor het boek. Niet veel later werd het idee geboren om aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam een congres te organiseren met het thema: de geschiedenis van de Belgisch-Nederlands-Russische betrekkingen. Cees verzorgde met leeftijdgenoot Emmanuel Waegemans van de Universiteit van Leuven specifiek de geschiedenis van de culturele betrekkingen. Ze zijn sinds die tijd bevriend. De mede door Cees geredigeerde bundel die twee jaar later naar aanleiding van het congres verscheen, was zijn eerste boekpublicatie. Het bevat het essay De droesem van de Russische ziel, in een notendop de thesis van zijn proefschrift.

Verzamelen
De oudste Nederlandse vertaling van Russische literair werk dateert van 1789. Het is een blijspel in vijf bedrijven, De familietwist, geschreven door Catharina de Tweede. Erg populair was aan het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw Tolstoi van wie naast zijn grote romans veel van christelijk denken doortrokken schrijfsels in vertaling op de boekenmarkt kwamen. De grootste impuls voor de verspreiding van het Russische literaire erfgoed hing volgens Cees samen met drie versnellingen in het proces van modernisering in de Nederlandse geschiedenis; de jaren tachtig van de negentiende eeuw en de jaren na de Eerste en de Tweede Wereldoorlog. Na de laatste oorlog is het vooral de Russische bibliotheek van Van Oorschot geweest die de faam van de Russen voorgoed bevestigde. Nadat het onderwerp van zijn thesis genade had gevonden bij zijn beoogde promotor Jan Willem Bezemer begon hij nog fanatieker dan voorheen alle naar het Nederlands vertaalde Russische romans, verhalen en verhandelingen te verzamelen. Hij stroopte antiquariaten af in Nederland en België op zoek naar vroeg vertaalde Poesjkins, Karamzins, Toergenjevs, Tolstois, Dostojevskis, Gogols en vele andere- vaak vergeten schrijvers -die met elkaar de collectie zijn gaan vormen die intussen uit zo'n vijfduizend boeken bestaat, de grootste privéverzameling uberhaupt op dit gebied. In 1989 werden enkele van de boeken uit deze collectie geëxposeerd op een tentoonstelling in het Rijksmuseum over de Nederlandse betrekkingen met Rusland. Zijn boeken gingen mee naar Moskou waar tussen schilderijen, tekeningen, kaarten, penningen en brieven enkele van de kleinoden uit Cees' verzameling een maand lang in het Poesjkinmuseum te zien waren. Een van de mooiste exemplaren was een boek van Tsjechov, In kleine stad, Schilderingen uit het Russische volksleven, uitgegeven in 1904 en met de andere tentoongestelde exemplaren opgenomen in de catalogus van het Rijksmuseum. Vijf jaar later werd een ander deel van zijn collectie tentoongesteld in het Mensjikovpaleis in Sint Petersburg. Sovjet en Rusland Monitor
Cees is het klassieke type van de boekensneuper, hij is een verwoed verzamelaar en kenner van de boekenwereld. Maar op het eind van de jaren tachtig sluipt er een nieuw element zijn leven binnen, voortkomend uit de behoefte om behalve te verzamelen, ook zelf te schrijven en uit te geven. In januari 1988 verscheen het eerste nummer van het nieuwbakken, boeiende tijdschrift Sovjet Monitor dat hij samen met Rob Vunderink oprichtte. Het maandelijks verschijnende blad, uitgebracht door uitgeverij SUN, stelde zich tot doel recente artikelen en interviews uit Russische kranten en bladen voor een Nederlands publiek toegankelijk te maken. In maart 1989 veranderde het tijdschrift, na een fusie met het Rusland Bulletin, van naam, en werd Rusland Monitor, in een nieuwe opzet en vormgeving, met Cees als hoofdredacteur. Het blad bracht nu achtergrondartikelen en boekbesprekingen van Nederlandse origine, naast vertalingen. Ondanks de alom lovende kritieken in de landelijke dag- en weekbladpers, op radio en tv bereikte het blad nooit zo'n oplage dat er al was het maar een bescheiden inkomen aan ontleend kon worden. Na een aantal jaren stopte Cees met het blad, dat zijn vertrek maar kort overleefde.

Unieke bibliografie
Vanaf 1985-1986 was Cees met Emmanuel Waegemans gaan samenwerken aan een project dat in 1991 leidde tot een merkwaardig en uniek boek, Bibliografie van Russische literatuur in Nederlandse vertaling 1789 en 1985, uitgegeven door de Universitaire Pers in Leuven. Het boek werd gepresenteerd bij gelegenheid van de opening van de nieuwe boekwinkel van Pegasus op het Singel in Amsterdam waar oude (rode) vrienden uit zijn studietijd en vele anderen bij aanwezig waren (Vanwege de grote belangstelling vond de feitelijke presentatie d.d. 21 maart 1991 plaats in restaurant Luden, de buurman van Pegasus). Het boek is verluchtigd met boekillustraties uit de eigen collectie met op de omslag een illustratie bij een roman van Mark Aldanov, De sleutel.

Geschiedschrijving
In de loop van de jaren 90 kwam het schrijven en publiceren in een stroomversnelling naar aanleiding van het verzoek een geschiedenis te schrijven van de psychiatrische inrichting Het Hooghuys. Hij deed onderzoek in archieven, voerde gesprekken met mensen die het dagelijks leven binnen de muren van het huis goed kenden omdat ze er patiënt waren geweest of gewerkt hadden. In 1997 verscheen het eerste deel, bezorgd door uitgeverij De Geus, getiteld Van God los, geschiedenis van de psychiatrische inrichting Sint Antonius, 1902-1967. Het geschiedverhaal wordt afgewisseld met patiëntenverslagen en verlevendigd met brieven, portretten van psychiaters en foto's. Bijzonder en nieuw voor de geschiedschrijving over de psychiatrie, is de ruime mate waarin patiënten, verpleging, maar ook een kok, tuinman en andere 'dorpsbewoners' aan het woord komen. Het tweede deel is in voorbereiding. In 2001 verscheen een nieuwe studie van zijn hand, De belofte van het hiernumaals, zeventig jaar ambulante geestelijke gezondheidszorg in het gewest Breda, 1929-1999. Hier zijn de illustraties verzorgd door kunsthistoricus Erik Dolne. Het boek is thematisch verwant met Van God los net als het boek over de GGZ Midden-Brabant dat in de loop van 2004 moet verschijnen.

Essays en portretten
Tussen de bedrijven heeft Cees een aantal essays geschreven over onderwerpen uit de receptiegeschiedenis van de Russische literatuur in Nederland. Vanaf het jaar 2000 is hij redacteur van het Tijdschrift voor Slavische Literatuur (TSL), met onder anderen hoogleraar slavistiek Willem Weststeijn en de vertalers Karol Lesman en Kees Mercks.
De vertalersportretten, interviews en recensies van Cees Willemsen zijn een aanwinst voor het schitterende tijdschrift dat voor slavisten maar evengoed voor niet-slavisten als ik toegankelijk en boeiend is.

Een interview met Cees volgt en is binnenkort te lezen op deze site.