Bij voorkeur rustige, vrouwelijke krankzinnigen, maar dan wel van rooms-katholieken huize

Trouw
Monic Slingerland, 27-02-1998

Het was een zootje ongeregeld dat in de jaren na de oprichting in 1902 het gasthuis voor zieke hulpbehoevenden en ouden van dagen in Sint-Antonius in het Brabantse Leur bevolkte.

Moeilijk opvoedbare meisjes, mannelijke en vrouwelijke zwakzinnigen en epileptici ontvingen er de zorg van de vrouwelijke religieuzen.
Zorg is misschien wel een groot woord. Veertien zusters hadden vijftig mannen en honderd vrouwen onder hun hoede. Als een mannelijke epilepticus het te bont maakte, sloten de zusters hem op in het Ďzandhokí, een voorloper van de isoleercel in de vorm van een schuurtje.

Vanaf het begin van de jaren twintig ging Sint-Antonius zich specialiseren in Ďrustige, vrouwelijke krankzinnigení. Die moesten wel katholiek zijn, want het was de tijd van de verzuiling.
Oud-werknemer Cees Willemsen heeft in opdracht van Het Hooghuys de geschiedenis van de psychiatrische instelling geschreven. Het eerste deel, dat tot 1967 gaat, is nu verschenen.

Met behulp van archiefmateriaal beschrijft Willemsen in detail hoe het gasthuis onder leiding van vrouwelijke religieuzen langzamerhand verandert in een professionele psychiatrische instelling met mannelijke artsen aan het hoofd, waar insulinekuren hun intree doen en van psychofarmaca wonderen verwacht worden.
PatiŽntenstatussen werden nauwelijks bijgehouden en voor zover het gebeurde zijn ze na vertrek of overlijden van de patiŽnten vernietigd. Gelukkig heeft Willemsen toch kans gezien de patiŽnten in beeld te brengen, deels door een aantal brieven van patiŽnten en over patiŽnten te publiceren. Ook voerde hij gesprekken met religieuzen die destijds in Sint Antonius gewerkt hebben.
Willemsen is er daardoor in geslaagd een levendig beeld te geven van die beginjaren van zoín psychiatrische instelling.

De geschiedenis van wat nu algemeen psychiatrisch ziekenhuis Het Hooghuys in Etten-Leur is, illustreert de ontwikkeling van de psychiatrie, met een steeds verfijndere diagnostiek, de intree van methodes als de elektroshock en van psychofarmaca, de steeds terugkerende discussies over psychiatrische aandoeningen als maatschappelijk of als individueel probleem.

'Van God los' laat ook goed zien hoe moeizaam de verhouding tussen de rooms-katholieke kerk en psychiatrie lange tijd geweest is en welke gevolgen dat had: een tekort aan katholieke psychiaters bijvoorbeeld.

sluit dit venster